Print deze pagina

De website www.heptest.nl is ontwikkeld door de GGD Amsterdam en biedt mensen de mogelijkheid om via een internetvragenlijst te kijken of zij ooit risico hebben gelopen op hepatitis C. Als uit de vragenlijst een risico voor het oplopen van hepatitis C naar voren komt, wordt men geadviseerd om zich te laten testen. In principe worden mensen naar hun huisarts verwezen voor het bespreken van het risico en een eventuele test. Bekende risicogroepen die al elders getest worden, zoals hiv-, hemodialyse- en hemofiliepatiënten en druggebruikers die bij de methadonverstrekking lopen, worden naar hun behandelend arts verwezen voor een hepatitis C bloedtest.

Een aanvullende procedure is dat mensen met risico uit regio Amsterdam via www.heptest.nl de mogelijkheid krijgen om een anonieme hepatitis C bloedtest te laten doen in de periode tot ca. maart 2010. Hiervoor printen zij zelf een laboratoriumformulier met een persoonlijke code waarmee ze voor de bloedafname terecht kunnen bij ATAL laboratoria of de GGD Amsterdam. De uitslag van de hepatitis C antistoffentest kan met behulp van de persoonlijke code via www.heptest.nl worden opgevraagd. Als er hepatitis C antistoffen worden gevonden volgt een afspraak bij de GGD Amsterdam voor een bevestigingstest. Als hieruit blijkt dat er sprake is van een chronische hepatitis C infectie, dan volgt doorverwijzing naar het ziekenhuis. De huisarts van de patiënt wordt (met toestemming) door de GGD Amsterdam geïnformeerd.

Doel van www.heptest.nl
Het doel van deze website is om mensen met een HCV infectie op een laagdrempelige manier op te sporen, te informeren en door te verwijzen voor mogelijke behandeling. Wanneer een HCV infectie op tijd wordt ontdekt kan er namelijk veel gedaan worden om ernstige schade aan de lever te voorkomen. Ook kunnen mensen wanneer zij op de hoogte zijn van hun infectie maatregelen nemen om verspreiding naar anderen te voorkomen. Het is daarom van groot belang, zowel voor HCV geïnfecteerden zelf als de algemene volksgezondheid, om een actief testbeleid in te zetten voor degenen die risico hebben gelopen op HCV infectie.

Het opsporen van mensen met hepatitis C via deze website is geëvalueerd in een proefproject van de GGD Amsterdam en de GGD Zuid Limburg. Van april 2007 tot eind december 2008 werden mensen in de beide regio's via een publieke media campagne (krant, tv, radio, posters, etc.) geïnformeerd over risico's voor hepatitis C infectie en verwezen naar www.heptest.nl voor een risicobepaling en (indien nodig) bloedtest. De anonieme bloedtest procedure is in dit project geëvalueerd en bleek goed te werken. Om die reden heeft het proefproject per 1 september 2009 een vervolg gekregen.

Contact
Voor vragen, opmerkingen of meer informatie kunt u contact opnemen met Freke Zuure (projectcoördinator bij de GGD Amsterdam, tel. 020 555 5514 of fzuure@ggd.amsterdam.nl). Meer informatie over hepatitis C infectie vindt u hieronder. Huisartsen en andere professionals kunnen hun patiënten natuurlijk verwijzen naar www.heptest.nl voor een HCV risicotest en advies op maat. Wilt u deze pagina printen, klik dan hier.

Financiering
De ontwikkeling van deze website, inclusief het proefproject, zijn gefinancierd door ZonMW (projectnummer 61.20.0016).

Financiële bijdragen zijn geleverd door
  1. Schering-Plough Nederland B.V.; een unrestricted grant voor de vertaling van de website en HCV risicotest op www.heptest.nl.
  2. Roche Nederland B.V.; een bijdrage ten behoeve van de sponsoring van de mediacampagne voor het internetproject, waaronder zendtijd op de regionale televisiezender in Amsterdam.



Meer informatie:
Hepatitis C
Ziekteverschijnselen
Immuniteit
Diagnostiek
Transmissieroute en risicogroepen
Behandeling van hepatitis C
Links naar andere websites


Hepatitis C
Hepatitis C is de benaming voor leverontsteking door infectie met het hepatitis C virus. Overdracht van HCV geschiedt voornamelijk door bloed-bloedcontact, bijvoorbeeld bij injecterend drugsgebruik of blootstelling aan geïnfecteerd bloed, bloedproducten, transplantaten of niet-steriele naalden en spuiten. Bij een aanzienlijk percentage van de hepatitis C-infecties is de besmettingsbron niet bekend. In 1989 werd HCV ontdekt en sinds 1992 wordt elke bloeddonatie in Nederland onderzocht op aanwezigheid van HCV. Voor die tijd was hepatitis C een belangrijke oorzaak van 'posttransfusie non-A, non-B hepatitis'.

Zowel de replicatie van HCV in de levercellen als de opgewekte immuunrespons veroorzaakt de eventuele leverschade. Chronische HCV-infectie kan leiden tot chronische hepatitis, levercirrose en hepatocellulair carcinoom. Extra-hepatische uitingen van een hepatitis C-infectie zijn vooral immunologisch van origine: vasculitis, reumatische klachten, mixed cryoglobulinaemie en thyreoïditis. De incubatietijd bedraagt gemiddeld twee maanden (spreiding: 2-31 weken).

Bron: Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziekten (LCI)
terug naar begin

Ziekteverschijnselen
Infectie met HCV leidt slechts bij een kleine minderheid tot acute ziekteverschijnselen, maar kan zich manifesteren door algemene malaise en geelzucht. Zonder behandeling blijft 60-85% van de HCV-seropositieven drager van het virus. Meestal is de acute infectie subklinisch. Uit prospectief onderzoek blijkt dat slechts 20-30% van de acuut geïnfecteerde patiënten klachten krijgt zoals verminderde eetlust, vage buikklachten, misselijkheid en braken. Minder dan de helft daarvan ontwikkelt ook geelzucht.

Van alle met HCV geïnfecteerden slaagt slechts 15-40% erin binnen zes maanden het virus kwijt te raken. Alle overigen krijgen een chronische hepatitis en houden blijvend virus in het bloed. Bij velen blijft tevens een vaak wisselend verhoogde ALAT-spiegel bestaan als teken van meer of minder ernstige leverontsteking. Mensen met een chronische hepatitis hebben in het algemeen geen of zeer weinig verschijnselen of klachten. Slechts bij een minderheid ontstaan niet-specifieke verschijnselen zoals moeheid of malaise.

De snelheid waarmee levercirrose optreedt na een HCV-infectie is sterk wisselend. Bij enkelen is er al binnen enkele jaren een cirrose, bij anderen is er gedurende vele jaren geen progressie. Na twintig tot dertig jaar heeft zich bij ca 20-30% van de geïnfecteerden een levercirrose ontwikkeld, veelal nog zonder ernstige ziekteverschijnselen. Symptomen van leverdysfunctie (geelzucht, ascites, gastro-intestinale bloedingen) treden vaak pas op wanneer de ziekte al in een vergevorderd stadium is. Levercirrose geeft een verhoogde kans op een hepatocellulair carcinoom. Gebleken is dat de patiënten die als gevolg van hepatitis C een levercirrose hebben een kans van 1-4% per jaar lopen om leverkanker te krijgen.

De kans om cirrose te ontwikkelen is hoger:
  • bij mannen;
  • bij hogere leeftijd op moment van infectie;
  • als de HCV-drager alcohol gebruikt en bij een co-infectie met HIV of hepatitis B
  • bij een co-infectie met HIV of hepatitis B.
Bron: Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziekten (LCI)
terug naar begin

Immuniteit
Vrijwel alle HCV-geïnfecteerden hebben, na de 'window'-fase, antistoffen tegen HCV. IgM-respons is als maat voor een recente infectie echter niet bruikbaar. De immuunrespons tegen HCV leidt in de meeste gevallen niet tot immuniteit. Ongeveer een tot drie weken na besmetting is HCV-RNA in bloed te vinden. De antistofontwikkeling gaat trager: slechts 70% van de patiënten ontwikkelt antistoffen tegen hepatitis C binnen zes weken na het begin van eventuele symptomen. Bij de meeste patiënten is binnen drie maanden na het begin van symptomen een antistofrespons opgetreden. Bij hiv-geïnfecteerden duurt de ontwikkeling van antistoffen nog langer.

Bron: Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziekten (LCI)
terug naar begin

Diagnostiek
Bij verdenking op chronische HCV-infectie geschiedt de diagnostiek in twee stappen.
  1. Anti-HCV-ELISA: een negatieve uitslag sluit HCV-infectie uit bij patiënten met een normale afweer. Omdat deze screeningstest niet 100% betrouwbaar is moet bij een positieve testuitslag altijd een bevestigingstest (RIBA / Western blot) worden verricht. Anti-HCV-ELISA is minder sensitief bij hemodialysepatiënten en immuno-incompetenten: PCR is noodzakelijk.
  2. HCV-RNA-PCR: bij een positieve (en bevestigde) anti-HCV-ELISA bewijst aanwezigheid van HCV-RNA dat er een chronische infectie is.
N.B. Met serologie alleen kan de diagnose 'acute hepatitis C-infectie' dus niet gesteld worden. Detectie van HCV-RNA is nodig om onderscheid te maken tussen geklaarde en chronische infectie. Bij patiënten met een gestoorde afweer (hemodialysepatiënten, immuno-incompetenten) is eveneens PCR noodzakelijk om infectie met HCV aan te tonen dan wel uit te sluiten.

Bij recente blootstelling of mogelijk acute hepatitis C moet een ander diagnostisch beleid worden gevolgd. Na blootstelling aan HCV kan het 7 tot 31 weken duren voordat HCV-antistoffen aantoonbaar worden. Ook als er klinisch of biochemisch (ALAT-verhoging) al tekenen van hepatitis zijn, kan de serologie nog negatief zijn. HCV-RNA is met PCR eerder aantoonbaar en is bij een acute infectie vrijwel altijd na vier tot zes weken positief.
Bij mogelijke blootstelling aan HCV moet anti-HCV-ELISA na 0, 3 en 6 maanden verricht worden om seroconversie uit te sluiten. In een zeldzaam geval kan seroconversie echter nog optreden na de zesde maand. Diagnostiek na de zesde maand weegt niet op tegen de langere termijn van onzekerheid. Indien na blootstelling een positieve anti-HCV-ELISA wordt gevonden, wordt HCV-RNA bepaald om zo acute HCV-infectie aan te tonen dan wel uit te sluiten.

Bron: Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziekten (LCI)
terug naar begin

Transmissieroute en risicogroepen
Overdracht van HCV geschiedt voornamelijk door direct bloed-bloedcontact. Het bloed van een HCV-geïnfecteerde is infectieus zolang het HCV-RNA aantoonbaar is. Dit kan één week na de besmetting al het geval zijn.

Risico's voor hepatitis C infectie zijn alle gebeurtenissen of handelingen waarbij bloed-bloed contact mogelijk is. De kennis over de transmissie van HCV is niet compleet. Bij sommige patiënten met 'community acquired' hepatitis C lijkt geen van de bekende risicofactoren van toepassing. In de hepatitis C risicotest op www.heptest.nl worden de hieronder genoemde potentiële risicofactoren uitgevraagd. Mensen die tenminste één van de genoemde risicofactoren hebben meegemaakt krijgen een hepatitis C bloedtest aangeboden (indien zij nog niet eerder op hepatitis C zijn getest):
  • Het toegediend hebben gekregen van bloedproducten vóór 1992;
  • Het toegediend hebben gekregen van bloedproducten na 1992 in laag tot gemiddeld ontwikkelde landen (landen met een minder betrouwbare screening van donorbloed);
  • Een operatie (ook tandheelkundige operaties, cosmetische chirurgie en rituele ingrepen) hebben ondergaan in landen waar hepatitis C vaker voorkomt;
  • Het hebben laten zetten van tatoeages en piercings in landen waar hepatitis C vaker voorkomt;
  • Injecterend druggebruik (ook al is dit maar één keer gebeurd);
  • Kind zijn van een moeder die HCV geïnfecteerd is of ooit drugs gespoten heeft;
  • Tenminste een jaar in één huis hebben gewoond met iemand die drugs heeft gespoten of HCV geïnfecteerd was indiem men met deze persoon gezamenlijk gebruik heeft gemaakt van badkamerartikelen (zoals tandenborstels, scheermesjes, nagelschaartjes, etc.);
  • Frequent gebruik van harddrugs (tenminste 3 keer per week, gedurende 3 maanden of langer), ook niet-injecterend;
  • Het hebben meegemaakt van een prikaccident met injectienaalden van risicogroepen voor hepatitis C infectie (druggebruikers, hemofiliepatienten, mensen die hemodialyse ondergaan of mensen met een bekende hepatitis C infectie);
  • Het hebben gewerkt in de gezondheidszorg in landen waar hepatitis relatief vaak voorkomt en daarbij in direct contact zijn geweest met bloed(resten);
  • Geboren zijn in landen waar de geschatte prevalentie in de algemene bevolking hoger is dan 10%. Het gaat om Egype, Kameroen, Rwanda, Burundi, Mongolië, Bolivia en Guinee.;
  • Het hebben meegemaakt van een prikaccident met een gebruikte naald in een land waar hepatitis C vaker voorkomt;
  • Een hiv-infectie; hepatitis C wordt soms ook gevonden bij mensen met hiv. Aan de ene kant is dit soms te verklaren door eenzelfde transmissieroute (bijv. bloedtransfusies of injecterend druggebruik). Daarnaast zijn in Nederland sinds 2000 hepatitis C infecties gevonden bij hiv-positieve mannen die seks hebben met mannen, wijzend op seksuele transmissie van hepatitis C. Tot op heden zien we in Nederland seksueel overgedragen hepatitis C vooralsnog hoofdzakelijk bij hiv-geïnfecteerde mannen die seks hebben met andere mannen.
Hoogrisicogroepen voor hepatitis C infectie die al op hepatitis C zijn/worden getest (zoals hemofiliepatiënten, mensen die een donororgaan hebben gekregen vóór 1992, mensen die nierdialyse (hebben) ondergaan en injecterende druggebruikers die regelmatig bij een GGD, CAD (Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs), de methadonpost of de huisarts komen voor methadonverstrekking) worden terugverwezen naar hun behandelend arts. Mensen met hiv worden verwezen naar hun hiv-behandelaar voor de HCV test, maar kunnen indien gewenst ook via www.heptest.nl een HCV test laten doen.

Naast de genoemde risicofactoren zijn er nog andere theoretische of zeldzame factoren beschreven, zoals acupunctuur zonder het gebruik van schone naalden, snijwondjes bij het scheren bij de kapper en seksueel contact met mensen die geïnfecteerd zijn met hepatitis C. Vanwege onvoldoende informatie over het risico op hepatitis C infectie na deze risicofactoren, worden deze factoren alleen genoemd als zeldzame tot zeer zeldzame risicofactoren en wordt er naar aanleiding hiervan geen testadvies gegeven.

Seksuele overdracht van hepatitis C
Diverse onderzoeken richten zich op de seksuele overdracht van hepatitis C. In grote studies onder heteroseksuele koppels waarvan 1 hepatitis C drager was, werd (vrijwel) geen transmissie gevonden. Seksuele overdracht bij heteroseksueel contact kan dan ook als zeldzaam worden omschreven.

Echter sinds 2000 komen er uitbraken van hepatitis C voor bij met hiv besmette mannen die seks hebben met mannen. Overdracht van hepatitis C is aannemelijker bij sekstechnieken die bloed-bloed contact mogelijk maken , zoals fisting en het gezamenlijk gebruik van toys en de aanwezigheid van soa (zoals LGV of syfilis), die zweertjes kunnen veroorzaken. Omdat seksuele overdracht van hepatitis C voornamelijk wordt gevonden bij hiv-positieve homomannen, zouden deze mannen dan ook regelmatig op hepatitis C getest moeten worden. In hoeverre seksuele overdracht van hepatitis C ook voorkomt bij hiv-negatieve homomannen is nog onduidelijk. Onderzoeken tonen op dit punt nog tegenstrijdige resultaten aan.

Momenteel doet o.a. de GGD Amsterdam verder onderzoek naar seksuele transmissie van hepatitis C onder hiv-negatieve homomannen. Resultaten hiervan zullen ook op deze website bekend worden gemaakt. Indien deze resultaten leiden tot nieuwe inzichten, zal de risicotest op www.heptest.nl hierop worden aangepast.
terug naar begin

Behandeling van een chronische hepatitis C virus (HCV) infectie
In principe komt iedere patiënt met een chronische HCV infectie in aanmerking voor een behandeling. De standaard therapie bestaat uit een combinatie van Peginterferon en ribavirine. Peginterferon wordt 1x per week subcutaan gespoten. De ribavirine capsules moeten dagelijks worden ingenomen. Deze behandeling heeft een scala aan bijwerkingen variërend van griepachtige verschijnselen en depressie tot potentieel levensbedreigende situaties. Daarom is het uitermate belangrijk om vooraf een balans op te maken van de noodzaak van de behandeling, en de kans van slagen van de behandeling. Deze hangt niet alleen af van de geestelijke en lichamelijke draagkracht van de patiënt, maar ook van het genotype van het virus.

Patiënten met genotype 1 en 4 moeten 48 weken behandeld worden, maar hebben maar een kans van ongeveer 50% om blijvend van het virus af te komen. Dit in tegenstelling tot de patiënten met genotype 2 en 3. Zij moeten 24 weken behandeld worden en hun kans is ongeveer 80-90% om blijvend virus vrij te worden. Na drie maanden wordt het effect van de ingezette behandeling bekeken: indien de virale load (HCV-RNA) minder dan 2 log gedaald is ten opzichte van het HCV-RNA op dag van starten kan de behandeling gestopt worden. Er is dan geen effect meer te verwachten. Het huidige onderzoek naar nieuwe en betere behandelingmogelijkheden voor hepatitis C is in volle vaart. Verwacht wordt dat er op korte termijn nieuwe middelen ter behandeling van hepatitis C beschikbaar zullen komen.

Voor patiënten met een gedecompenseerde levercirrose is een levertransplantatie de enige beschikbare behandeling. Het merendeel zal na de transplantatie opnieuw een chronische HCV infectie ontwikkelen. Dit heeft echter geen invloed op de één- en vijfjaars overleving na de levertransplantatie.

Behandeling van kinderen met een chronische hepatitis C infectie
Er bestaat nog geen internationale behandelingsrichtlijn voor kinderen met een chronische hepatitis C infectie. De keuze om te behandelen is een individuele afweging waarbij de mate van leverschade, de prognostische factoren voor succes van behandeling, met name het virusgenotype, de psychische gesteldheid en de motivatie van de patiënt en diens verzorgers moeten worden afgewogen. Deze complexe afweging en de intensieve begeleiding gedurende de behandeling zijn voorbehouden aan gespecialiseerde centra. Door het inzicht dat chronische hepatitis C infectie ook op de kinderleeftijd soms progressieve leverschade veroorzaakt, verbeteringen in de effectiviteit van behandeling, en gunstige studieresultaten van behandeling van hepatitis C op de kinderleeftijd, zijn de overwegingen voor de behandeling van chronische hepatitis C infectie bij kinderen de laatste jaren duidelijk veranderd. Screening van kinderen van hepatitis C geïnfecteerde moeders, of kinderen die op andere wijze risico hebben gelopen op hepatitis C is dan ook belangrijk.

Bron: Koot BGP, Benninga MA, Weegink CJ en Peters M. De behandeling van kinderen met chronische hepatitis C. Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:832-5
terug naar begin

Links naar andere websites:
  • www.hebikhepatitis.nl

  • Website van de Nationale Hepatitis C campagne in Nederland
  • www.infectieziekten.info

  • Website van de Landelijkea Coördinatiestructuur Infectieziekten (LCI) met informatie voor professionals over infectieziekten, waaronder hepatitis A, B en C (klik op 'protocollen').
  • www.hepatitis.nl

  • De website van het Nationaal Hepatitis Centrum (NHC) met informatiefolders over hepatitis A, B en C.
  • www.cdc.gov

  • Informatie over hepatitis C van de Centers for Disease Control (CDC)
  • www.who.int

  • Informatie over hepatitis C van de World Health Organization (WHO)
terug naar begin